• Cathelijne de Wit-Peijs

Herinneringen aan Ierland: Emigreren

We vertrokken in het vroegst van de ochtend. Het was nog donker en de straat was doodstil. Behalve Remco en ik, was alleen mijn moeder wakker. In haar ochtendjas en met ongekamd haar zwaaide ze ons lachend uit. Terwijl zij weer terug in bed kroop reden Remco en ik naar Calais in Frankrijk. Toen we door België reden werd het langzaam licht. In onze auto met Iers kenteken en het stuur aan de ‘verkeerde’ kant, zaten spullen die we de komende dagen nodig zouden hebben. Kleding, toiletspullen, handdoeken en hondenvoer. De rest van onze bezittingen zou later deze week met een verhuiswagen achter ons aankomen.


Dat we naar Ierland zouden emigreren hadden we vijf jaar eerder besloten, tijdens een avondwandeling door Bantry, County Cork. Wonen in het buitenland leek ons allebei wel wat. Liefst in een Engelstalig land, want die taal spraken we al goed. Maar Australië was te ver. Ierland leek een geschikte keuze. Het was ook voordehand liggend om te noemen, aangezien we ons tijdens het gesprek daar bevonden. Ierland is mooi, er is veel ruimte, goede werkgelegenheid voor Remco als softwareontwikkelaar en Ieren zijn erg vriendelijk, grappig en gezellig. Aan het einde van die vakantie waren we eruit: wij gaan ooit in Ierland wonen. Ooit…

Eenmaal terug in Nederland ging ons gewone leven weer verder en bleven onze Ierland plannen precies dat: plannen. Maar we bleven er wel over praten. Met elkaar, maar ook met anderen. Onze toekomstdromen waren geen geheim en het zou dan ook niet als verrassing moeten zijn gekomen dat we vijf jaar later echt naar Ierland vertrokken. Toch was het dat voor veel mensen wel. Toen wij onze definitieve verhuizing aankondigden, bleek dat veel van onze vrienden en bekenden hadden gedacht dat we het nooit écht zouden doen. Ze dachten dat onze plannen en verhalen grootspraak waren geweest of hardop dromen.


Zelf hebben wij geen seconde getwijfeld aan ons plan en het voelde voor ons heel natuurlijk om op die desbetreffende zondagochtend in maart 2015 richting Calais te rijden. Tweeëneenhalf uur na vertrek uit mijn ouderlijk huis, reden we de trein in die ons via de kanaaltunnel in 35 minuten naar Folkstone in Engeland zou brengen. De Ierse auto waar we in reden, hadden we een maand eerder gekocht. Toen we ook de sleutel van ons huurhuis op gingen halen. We hadden een goedkoop Ryanair ticket gekocht om in Ierland te komen en reden twee dagen later met de auto terug naar Nederland, waar we nog een maand zouden wonen voor we definitief van thuisland zouden wisselen. Ik hoor je denken: is dat wel handig, een Ierse auto in Nederland rijden? Over het algemeen is het geen probleem en niet heel anders dan een Nederlandse auto, behalve dan dat het stuur en de versnellingspook aan de andere kant zitten. Dit laatste was in ons geval geen probleem, want de Ierse auto was een automaat. Dat stuur is vooral lastig als je in je eentje een parkeergarage in of uit wilt rijden. De kaartjesautomaat staat dan niet aan jouw kant van de auto. Een afvalgrijper bood uitkomst. Door de grijper uit het raam aan de bijrijderskant te steken en om het kaartje te klemmen, konden de kaarthandelingen toch plaatsvinden. Erg praktisch, maar een beetje belachelijk was het wel.


De reden dat wij met de auto naar Ierland gingen, lag op de achterbank. Onze mopshond Puck mocht vanwege haar korte snuitje niet mee met het passagiersvliegtuig. We hadden haar natuurlijk als cargo kunnen verzenden, maar dat vond ik zielig. Dus maakten we er een roadtrip van. De tocht van Folkstone naar Holyhead, waar we de veerboot naar Dublin zouden nemen, was lang en vrij saai. Iets minder dan 600 kilometer Brits asfalt trok in ruim zes uur tijd onder ons door. We hadden ruim de tijd, want een dag van te voren hadden we bericht gekregen dat de fast ferry die wij geboekt hadden, niet zou varen vanwege harde wind. Irish Ferries bood ons aan om een reguliere veerboot eerder of later te nemen. Een boot eerder zouden we niet halen, dus werd het de latere overtocht. Helaas voor ons ging die pas om 2.40 uur de volgende ochtend. Het was een mooi excuus om een wat langere stop in het altijd mooie Wales te maken. Aan het einde van de dag kwamen we aan in Holyhead. Volgens de Lonely Planet is een bezoek aan dit Britse dorp alleen een bezoek waard als je met de ferry moet en daar hebben ze volkomen gelijk in. Er is niet veel te doen; zeker niet op een zondagavond. We probeerden er het beste van te maken. We veroverden een tafeltje bij de plaatselijke hamburgerketen en installeerden ons hier voor de rest van de avond. We lazen een boekje, speelden een spelletje en aten hamburgers. Toen de hamburgertent sloot en wij een laatste wandeling met Puck hadden gemaakt, probeerden we in de auto wat te slapen. Dat ging lastig, want het parkeerterrein bij het hamburgerrestaurant bleek na zonsondergang de drukste plek van het dorp. Groepen jongeren in gepimpte autootjes reden af en aan onder begeleiding van harde muziek. Ze vielen ons niet lastig, maar fijn is toch anders.

Gelukkig was het al snel tijd om naar de veerboot te gaan. Een voordeel van ’s nachts reizen is dat het niet erg druk is en het inchecken ging ontzettend snel. Puck nestelde zich tevreden op de achterbank van de auto en Remco en in zochten op de boot een mooie bank uit om nog wat slaap te kunnen pakken. Om ons heen lagen snurkende bouwbakkers en vrachtwagenchauffeurs voor wie deze nachtelijke overtocht een bijna dagelijkse routine is. Ruim drie uur later werden we wakker en zagen we de lichtjes van Dublin al. Ons nieuwe thuisland was in zicht.


Zodra we ons weer op het land bevonden, was het nog een uurtje rijden naar onze nieuwe woonplaats: Wicklow Town. Een maand eerder waren we daar ook al geweest om de sleutel van ons nieuwe onderkomen op te halen. We vlogen vanaf Brussel naar Dublin en kwamen rond de lunch aan in onze nieuwe woonplaats. Het makelaarskantoor was tijdens de lunch gesloten, we moesten dus nog wat langer geduld hebben. Zodra het kantoor weer open ging, stapten wij vol verwachting naar binnen. De makelaar zelf was er niet, maar haar secretaresse nam de honneurs waar. Ik weet niet precies wat ik mij had voorgesteld bij de sleuteloverdracht, maar wel iets meer dan wat volgde. We kregen twee sleutels en moesten tekenen voor de inventaris. We hadden het huis nog niet gezien en wisten dus helemaal niet of die lijst wel kopte, maar dat maakte volgens de secretaresse niet uit. We tekenden en stonden binnen twee minuten weer buiten. Dat was het. Een beetje verbouwereerd over deze anticlimax reden we naar ons nieuwe huis. Daar stonden we dan, zonder een officieel moment met de makelaar of eigenaar. Zonder uitleg over alarm, verwarming of olietank. Niet heel erg, maar wel een beetje vreemd. Het huis was behoorlijk vies en hier en daar werkte niet alles even goed. Toen vonden we dat vreemd, maar inmiddels weten we dat dit is hoe het gaat in Ierland.

Tijdens het ritje naar Wicklow kwam de zon op en werden we getrakteerd op een prachtige lucht met warme tinten oranje, roze en paars. Alsof Ierland ons wilde laten weten dat we hier welkom zijn: Céad mile fáilte, Iers voor honderdduizend maal welkom. Na 26 uur reizen waren we eindelijk thuis.


110 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven